Inwendig onderzoek
Wat te doen als je bang bent voor inwendig onderzoek?
Met menstruatieklachten ga je naar de huisarts. Makkelijker gezegd dan gedaan. Onderbroek uit, benen in de beugels en tanden op elkaar… Geen enkele vrouw kijkt daarnaar uit. Wat als angst voor inwendig onderzoek je van het onderzoek weerhoudt? In dit artikel vertellen we je over gynaecologisch onderzoek, wat het inhoudt, en hoe je hiermee om kunt gaan.
Doorlopen met klachten is géén goed idee. Toch wachten vrouwen over het algemeen vaak lang voordat ze met menstruatieklachten naar de huisarts gaan. Soms vanwege het idee dat menstruatieklachten er nu eenmaal bij horen of vanuit het idee dat er toch geen behandelopties zijn. Soms ook vanwege angst voor gynaecologisch onderzoek, al is hier nog maar weinig onderzoek naar gedaan.
Wanneer nodig?
Inwendig onderzoek is waarschijnlijk meerdere keren in je leven nodig. Bijvoorbeeld bij menstruatieproblemen, vulvaire of vaginale klachten, bij problemen met zwanger worden of het onderzoek naar baarmoederhalskanker. Inwendig onderzoek gebeurt door middel van toucheren (met de vingers voelen) of met behulp van een eendenbek (speculum).
Inwendig onderzoek hoort geen pijn te doen
In principe hoort inwendig onderzoek bij de huisarts of gynaecoloog geen pijn te doen. Als het wel pijnlijk is, ligt dit vaak aan te gespannen bekkenbodemspieren. Spannen je bekkenbodemspieren zich zo erg aan dat het inbrengen van iets (bijvoorbeeld een vinger, speculum of zelfs een wattenstaafje) onmogelijk is, dan spreek je van een vaginistische reactie. Dit gebeurt vaak ongewild en onbewust.
Een vaginistische reactie kan te maken hebben met seksueel trauma of een negatieve ervaring bij eerder gynaecologisch onderzoek. Soms spannen de bekkenbodemspieren zich aan als reactie op fysieke pijn. Deze kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld een vaginale infectie of een SOA en bij aandoeningen als lichen planus, vulvodynie en vaginale atrofie, maar bijvoorbeeld ook bij een gekantelde baarmoeder.
Tips tegen angst & pijn
Ontspannen is het toverwoord tegen de pijn. Makkelijker gezegd dan gedaan. Het helpt als je vertrouwd bent met je vulva en vagina en bijvoorbeeld een vinger bij jezelf durft in te brengen. Ook helpt het als je weet hoe je je bekkenbodemspieren kunt aan- en ontspannen. Concentreer je tijdens het onderzoek op je ademhaling. Van elke zorgprofessional mag je verwachten dat er ruimte is om je angst te bespreken.
Wil je pauzeren of stoppen? Ben je bang of heb je pijn? Geef dit dan aan. Vraag indien nodig (vooraf) om pijnstilling of om een kleinere maat eendenbek. Dit zorgt ervoor dat je zelf de controle houdt en dus beter kan ontspannen. Kies kleding waardoor je je niet helemaal bloot hoeft te geven, zoals een jurk of rok. Voel je je niet op je gemak bij je eigen arts? Vragen om een vrouwelijke huisarts, een second opinion of een doorverwijzing naar de gynaecoloog mag altijd.
Pijn bij spiraal zetten
Inwendig onderzoek is ook nodig bij plaatsing van een spiraaltje, een veelgebruikt voorbehoedsmiddel. Meer dan 20 procent van de vrouwen die anticonceptie gebruiken, heeft er een. Op dit moment adviseert het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) bij het plaatsen van een spiraal alleen paracetamol of naproxen. Deze pijnstillers werken voornamelijk tegen de baarmoederkrampen na de plaatsing. Dat terwijl vooral het plaatsen van een spiraaltje zelf (eendenbek inbrengen, baarmoeder vastklemmen en opmeten, spiraal inbrengen) door veel vrouwen als zeer pijnlijk wordt ervaren.
Richtlijnen voor pijnbestrijding
In bijvoorbeeld de Verenigde Staten geven artsen inmiddels standaard advies over verdovende gels en sprays tegen de pijn. In Nederland is men terughoudender bij pijnbestrijding. Niet alleen bij gynaecologische procedures, maar ook bij bevallingen. In augustus 2024 heeft het Nederlands Huisartsen Genootschap, na protesten van vrouwen en discussie in de media, aangegeven de richtlijnen voor pijnbestrijding bij het plaatsen van een spiraal alsnog te gaan herzien. Wanneer dit precies gebeurt, is nog niet bekend.